Indirect licht
18°- 25°
Lichtvochtig
1x per maand
60 cm
Niet giftig
Blauwvaren (Phlebodium) verzorgen: zo houd je deze bijzondere varen mooi
De Blauwvaren, ook wel bekend als de Phlebodium of Zinkvaren, is zo’n kamer plant die meteen opvalt. Niet door felle kleuren of grote bloemen, maar juist door zijn rustige blauwgroene bladeren en zachte, golvende vorm. Het is een kamerplant met karakter, zonder dat hij meteen schreeuwerig wordt.
Toch is dit niet echt een plant voor complete verwaarlozing. Een blauwvaren is wat vergevingsgezinder dan sommige andere varens, maar hij heeft nog steeds duidelijke voorkeuren. Geef je hem de juiste plek, voldoende luchtvochtigheid en een luchtige grond, dan heb je er een prachtige kamerplant aan.
Herkomst
Deze plant komt oorspronkelijk uit tropische en subtropische gebieden van Midden- en Zuid-Amerika. In het wild groeit hij vaak niet diep in de aarde, maar als epifyt op bomen of tussen organisch materiaal. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het zegt eigenlijk vooral iets belangrijks over zijn verzorging: de wortels houden van lucht en de plant is gewend aan een vochtige, warme omgeving met gefilterd licht.
Dat verklaart ook meteen waarom een blauwvaren in huis niet blij wordt van felle middagzon, droge lucht en zware, compacte potgrond.
De beste standplaats voor een Blauwvaren
Een plek met veel indirect licht is ideaal. Denk aan een raam op het noorden of oosten, of een plekje iets verder van een zonnig raam af. Direct zonlicht kan de bladeren beschadigen, waardoor ze hun mooie blauwgroene kleur verliezen of zelfs verbranden. In te weinig licht zal de groei juist trager worden en oogt de plant vaak minder vol.
Wat deze plant fijn vindt, is rust en balans. Geen volle zon op zijn bladeren, maar ook geen donkere hoek waar hij moet overleven. Zie het als gefilterd daglicht, zoals onder een bladerdak in de natuur.
Blauwvaren water geven
Bij de Blauwvaren draait alles om de juiste middenweg. De kluit mag licht vochtig blijven, maar kletsnat moet je absoluut vermijden. Laat de grond dus niet volledig uitdrogen, maar geef ook niet automatisch water op vaste dagen zonder eerst even te voelen.
In de lente en zomer zal je meestal wat vaker water geven dan in de winter. Voelt de bovenste laag van de grond nog licht vochtig aan, dan kun je meestal nog even wachten. Voelt die droog aan, dan is het tijd voor een scheut water. Het helpt om water aan de rand van de pot te geven en niet recht in het hart van de plant.
Gele bladeren wijzen vaak op te veel water, terwijl droge, broze bladeren vaker ontstaan bij te weinig vocht of te droge lucht. Daar zit dus soms verwarring. Kijk daarom altijd naar het totaalplaatje.
Twijfel je of je water moet geven? Voel even aan de grond. Is deze nog licht vochtig, dan kun je beter nog even wachten. Vind je het moeilijk inschatten hoeveel water je moet geven? Gebruik dan een vochtmeter, hiermee kan je aflezen hoe vochtig de potgrond is.

Voeding
In de lente en zomer, wanneer de plant actief groeit, kun je ongeveer één keer per maand wat voeding geven. Kies bij voorkeur voor gewone kamerplantenvoeding in een wat mildere dosering. Meer is hier niet beter. Een blauwvaren is geen gulzige groeier en te veel voeding kan juist schade geven aan de wortels of de bladeren.
In de herfst en winter kun je de voeding meestal gewoon overslaan. Dan is de plant in rust en heeft hij weinig extra nodig.
Luchtvochtigheid
Hier zit vaak het verschil tussen een Blauwvaren die het “oké” doet en eentje die er echt mooi uitziet. Deze plant houdt van een hogere luchtvochtigheid. Rond de 50 tot 70 procent voelt hij zich het prettigst, al overleeft hij vaak ook wel lagere waarden. Bij droge lucht kunnen de bladeren bruine randjes krijgen of wat stugger en droger aanvoelen.
Regelmatig sproeien kan helpen, al werkt een luchtbevochtiger of een plek in een wat vochtigere ruimte vaak nog beter. Heb je een badkamer met daglicht, dan kan dat zomaar een perfecte plek zijn.
Temperatuur
Qua temperatuur houdt deze varen van warmte, maar niet van extremen. Een gewone kamertemperatuur tussen ongeveer de 18 en 25 graden is ideaal. Onder de 10 tot 14 graden wordt het echt te koud en kan de plant last krijgen van groeistilstand of bladschade. Tocht en koude luchtstromen vindt hij ook niet fijn.
Zet hem dus liever niet direct naast een open raam in de winter of pal boven een loeiende verwarming.
Verpotten
Verpotten hoeft niet elk jaar. Meestal is eens in de twee à drie jaar voldoende, of eerder als de pot echt te klein begint te worden. Het voorjaar is daarvoor het beste moment, omdat de plant dan weer in zijn groeiseizoen komt en sneller herstelt.
Kies een pot die maar iets groter is dan de vorige. Een veel te grote pot houdt sneller te veel vocht vast en daar wordt een Blauwvaren meestal niet blij van.
Welke potgrond gebruik je bij verpotten?
Omdat deze plant van nature luchtig groeit, werkt een zware en compacte potgrond minder goed. Kies liever voor een losse, goed drainerende mix die wel vocht vasthoudt, maar niet verstikt. Een combinatie van kamerplantenpotgrond met bijvoorbeeld perliet, kokosvezel of fijne schors werkt vaak prettig. Zo blijft de grond luchtig genoeg rond de wortels. Of gebruik bijvoorbeeld potgrond speciaal voor palmen, deze houden van dezelfde grondsoort als varens. De wortels van een Blauwvaren zijn fijner en gevoeliger dan die van veel stevige groene kamerplanten.

Verkrijgbaar bij:
Bladeren
Het blad is zonder twijfel het mooiste aan deze plant. De blauwgroene kleur zorgt voor een zachte uitstraling en de golvende vorm geeft de plant iets luchtigs. Verwacht geen dikke, glanzende bladeren zoals bij een Ficus of Monstera. Alles aan deze plant oogt wat fijner en natuurlijker.
Nieuwe bladeren verschijnen vaak opgerold en vouwen zich daarna langzaam open. Dat is normaal. Krijgen bladeren bruine randen, dan is de lucht meestal te droog of is de plant te vaak uitgedroogd. Worden ze geel en slap, dan is overbewatering vaak een logischer oorzaak.
Af en toe een lelijk of oud blad weghalen mag gewoon. Daarmee houd je de plant fris en overzichtelijk.
Bloeien
Voor de meeste mensen is dit geen kamerplant die je koopt vanwege de bloei. In huis bloeit een Blauwvaren zelden opvallend, en als dat al gebeurt, zijn het niet de bloemen die de show stelen. Het blad blijft echt de hoofdrol spelen.
Dat is eigenlijk alleen maar fijn, want zo hoef je niet te wachten op een bloeiperiode om van de plant te genieten. Hij is het hele jaar door decoratief.
Andere soorten Phlebodium
Binnen de wereld van de Phlebodium kom je vooral Phlebodium aureum tegen als kamerplant, vaak onder namen als Blauwvaren, Zinkvaren of Blue Star Fern. Er bestaan cultivars en selecties die iets verschillen in bladvorm, kleur of compactheid, maar in verzorging lijken ze meestal sterk op elkaar. In de praktijk hoef je je daar dus niet te druk om te maken: de basis blijft vrijwel hetzelfde.
Shop hier een Blauwvaren

Verkrijgbaar bij:
Stekken
Een Blauwvaren stek je niet zoals een hangplant met een stengel in water. Deze plant vermeerder je meestal door de wortelstok of kluit te delen tijdens het verpotten. Daarbij haal je de plant voorzichtig uit de pot en verdeel je hem in twee of meer delen, zolang ieder deel voldoende wortels en gezond blad heeft. Daarna zet je de delen in een eigen pot met luchtige grond.
Dat klinkt spannend, maar het is vaak de meest logische manier als je plant mooi vol is geworden. Doe dit wel voorzichtig, want de wortels zijn vrij fijn.
Ziektes en plagen
Een Blauwvaren staat niet bekend als de meest plaaggevoelige kamerplant, maar helemaal immuun is hij ook niet. Bij droge lucht kunnen spint, wolluis, schildluis en soms bladluis opduiken. Vooral spint zie je sneller wanneer de lucht te droog is en de plant al wat verzwakt is.
Controleer daarom af en toe de onderkant van de bladeren en de groeipunten. Zie je kleine webjes, plakkerigheid of witte pluisjes, dan is het slim om snel in te grijpen. Isoleer de plant van de rest en behandel hem met een geschikt middel of een milde aanpak zoals afspoelen en herhalen.

Is de Blauwvaren giftig?
Goed nieuws voor mensen met katten of honden: deze plant geldt als niet giftig voor huisdieren. Daardoor is het een fijne keuze als je wel graag groen in huis wilt, maar geen stress wilt over giftige bladeren.
Dat neemt natuurlijk niet weg dat je huisdier beter geen complete plant op hoeft te eten, maar qua veiligheid zit je hier een stuk rustiger.
Veelvoorkomende problemen
Soms ziet je plant er ineens minder fris uit en dan is het handig als je snel kunt inschatten wat er speelt.
Krijgt je plant bruine randen, dan is droge lucht vaak de grootste boosdoener. Worden de bladeren geel, dan geef je waarschijnlijk te veel water of staat de plant te donker. En groeit hij amper? Dan kan dat liggen aan te weinig licht, een te lage temperatuur of uitgeputte potgrond.
Gelukkig zijn dit meestal geen rampen. Vaak herstelt de plant goed zodra de omstandigheden weer beter aansluiten op wat hij nodig heeft.
Extra tip van mij
Deze plant komt het mooist tot zijn recht op een plek waar je echt zijn bladkleur kunt zien. Zet hem dus niet weg in een donker hoekje “omdat hij toch een varen is”, maar geef hem een lichte plek zonder harde zon. Dan heb je veel meer kans op een volle, frisse plant met die mooie blauwgroene gloed waar je hem juist voor in huis haalt.
Veelgestelde vragen over de Blauwvaren:
Dat hangt af van het seizoen, de temperatuur en de grootte van de pot. Meestal komt het neer op vaker in de lente en zomer en zuiniger in de winter. De grond mag licht vochtig blijven, maar niet drijfnat.
Nee, dat is meestal geen goed idee. Direct zonlicht kan de bladeren beschadigen en de kleur minder mooi maken. Helder, indirect licht werkt beter.
Bruine randen ontstaan vaak door droge lucht of doordat de kluit te droog is geworden. Zeker in de winter komt dit sneller voor.
Niet per se, maar het is ook geen plant om compleet te vergeten. Vooral luchtvochtigheid en de juiste waterbalans maken verschil. Vergeleken met andere varens is hij vaak iets makkelijker.
Dat wijst vaak op te veel water, al kan te weinig licht ook meespelen. Controleer daarom zowel de vochtigheid van de grond als de standplaats.
Een luchtige, goed drainerende mix werkt het fijnst. Denk aan kamerplantenpotgrond gemengd met perliet, kokosvezel of fijne schors.
Ja, maar meestal niet via een stengelstek. De beste manier is het delen van de plant of wortelstok tijdens het verpotten.
Ja, deze plant staat bekend als niet giftig voor huisdieren.
Dat hangt af van de soort, de potmaat en de verzorging, maar binnenshuis blijft hij meestal een middelgrote, volle kamerplant. Hij groeit vooral in breedte en volume, niet als een hoge stamplant.
Ja, zolang er voldoende daglicht is, is de badkamer vaak juist een fijne plek door de hogere luchtvochtigheid.



